To English version

homeagenda
CV
solo programma's
6 continenten project
discografie
fotogallerij
persberichten
nieuwsbrief

contact

COMPONISTEN EN HUN VOLKSMUZIEK

Schubert (west), Janácek (Ooost), Grieg (noord) en Mompou (zuid)

1.Franz Schubert (1798 - 1828) - 16 Deutsche Tänze op.33, D.783

2.Leos Janácek (1854 - 1928) - Op een overwoekerd pad (eerste serie, 1901-08)
- Nase vecery (Onze avonden)
- Lístek odvanuty (Een weggewaaid blad)
- Pojd’te námi! (Kom met ons mee)
- Frydecká Panna Maria (De maagd van Frydek)
- Stebetaly jak lastovicky (zij kwekten als zwaluwen)
- Nelze domluvit! (Woorden schieten tekort)
- Dobrou noc! (Goede nacht)
- Tak neskonale úzko (Onnoemelijk bang)
- V pláci (In tranen)
- Sycek neodletel (Het uiltje is niet weggevlogen)

P A U Z E

3. Edvard Grieg (1843-1907) - Uit: Lyrische stukken (1867-1901)
- Arietta
- Folkevise (Volksliedje)
- Liden Fugl (Vogeltje)
- Illusion
- Erotik
- Sommerfugl (Vlinder)
- Sommeraften (Zomeravond)
- Der var engang (Er was eens...)
- Efterklang

4.Federico Mompou (1895-1987) - Cancion y danza nr. 1 (1921)
- Cancion y danza nr. 2 (1923)
- Cancion y danza nr. 3 (1926)
- Cancion y danza nr. 4 (1928)
- Cancion y danza nr. 5 (1942)
- Cancion y danza nr. 6 (1943)
- Cancion y danza nr. 7 (1944)
- Cancion y danza nr. 8 (1946)
- Cancion y danza nr. 9 (1948)
- Cancion y danza nr. 10 (1953)
- Cancion y danza nr. 11 (1961)
- Cancion y danza nr. 12 (1962)

TOELICHTING

Wij leven in een tijd, waarin grenzen vervagen. Dankzij de zegeningen van verhoogde mobiliteit en Internet is communicatie makkelijker dan ooit. Naast de positieve kanten daarvan is er ook een keerzijde: culturele identiteit en diversiteit gaat verloren.
Een aspect van deze globalisering is, dat in muziek veelal de culturele en geografische achtergrond van de componist niet meer duidelijk te horen is. In het verleden is dat anders geweest. Vele componisten verwerkten de traditionele muziek uit hun cultuur, hun land of streek in hun composities. Beethoven, Haydn en Mozart gebruikten populaire dansen uit de volksmuziek, Chopin drukte in de Mazurka zijn heimwee naar Polen uit, voor Liszt was de Hongaarse zigeunermuziek een inspiratiebron en Bartok reisde Oost-Europa door met een primitief opnameapparaat om zo veel mogelijk authentieke volksmuziek te registreren, die hij vervolgens royaal in zijn oeuvre gebruikte.

Voor dit programma is gekozen voor muziek van vier Europese componisten, die elk één van de vier windstreken vertegenwoordiger, resp. west, oost, noord en zuid.
Franz Schubert heeft in zijn Dansen (Ländler, Walsen en Ecoissaisen) op even beknopte als treffende manier de Duitse en Oostenrijkse dansmuziek aan ons overgeleverd. Dansen deed Schubert zelf niet vaak, maar hij speelde bij feestelijke gelegenheden voor vrienden altijd graag zijn dansmuziek op de piano. De dansstukken van Schubert zijn vaak niet meer dan schetsmatig uitgewerkt en de componist speelde ze zelf, naar het schijnt, altijd weer anders. Dit alles laat zien hoe dicht deze muziek bij de toegepaste kunst en bij de volksmuziek staat: quasi geïmproviseerd, spontaan en zonder de pretentie van de ‘kunstmuziek’.

De Tsjechische componist Leos Janacék verwerkt de Moravische volksmuziek tot op zekere hoogte in al zijn composities en Op een overwoekerd pad is daar geen uitzondering op. De korte miniaturen uit deze cyclus zijn een haast psychoanalytische beschrijving van allerlei gebeurtenissen uit het leven van de componist: van triviale gebeurtenissen (zoals spelende kinderen en kwekkende vrouwen) tot ingrijpende ervaringen als de dood van zijn dochtertje Olga.

Edvard Grieg zou hoogstwaarschijnlijk heel andere muziek geschreven hebben als hij niet in Noorwegen het levenslicht had gezien. Een onmiskenbaar melancholische, donkere kleur is alom in zijn muziek aanwezig. Het indrukwekkende, uitgestrekte Noorse landschap, het barre klimaat en de daarmee verbonden mythen en sagen worden moeiteloos in zijn Lyrische stukken opgeroepen.

De Spaanse componist Federico Mompou is altijd geboeid geweest door de muziek van zijn geboortestreek Catalonië, Mompou pleitte voor helderheid en eenvoud, voor een ‘muziek van het hart en voor het hart, niet een muziek van het hoofd voor het hoofd. Een huiselijke muziek. een muziek van alledag...’. Muziek moet volgens hem het resultaat van pure inspiratie en niet van een systeem zijn. Geen wonder, dat de volksmuziek in zijn werk een voorname plaats vond.
De 12 Canciones y Danzas zijn vaak gebaseerd op Catalaanse volksliedjes en dansen. Ook de diepe, ‘primitieve’ religiositeit van de componist is duidelijk voelbaar.

Er lijken gemeenschappelijke elementen in al deze door de volksmuziek geïnspireerde composities aan te wijzen. De vorm is altijd eenvoudig en kort, de stukken lijken grotendeels spontaan en geïmproviseerd tot stand te zijn gekomen. Er is een sterk verhalend element aanwezig: het kost weinig moeite beelden en gebeurtenissen met de muziek te associëren.
Onder deze eenvoudige bovenlaag zijn echter complexere lagen verborgen. Uiteindelijk hebben we hier toch met ‘kunstmuziek’ te maken en dat zorgt voor een grotere complexiteit en raffinement dan de oorspronkelijke muziek, die aan haar wieg stond.

Terug naar de soloprogramma's